Ik ben lid van de fotoclub DigiFotoMaarkedal. Iedere 4 weken houden we een modellenshoot in de studio. Deze keer zou het een strandshoot worden, maar het weer was toch wat frisjes om modellen in hun bikini op het strand te laten poseren.
We verhuisden wijselijk naar de studio in Maarkedal, in plaats van 2 modellen hadden we er 3, en was er daar toch geen plezanterik die het idee had om met één model buiten te shooten…dan trek je naar een warme studio omdat het buiten te fris is. De beelden van de strobist-in-het-donker-buiten-shoot volgen nog. Dit is eentje van Tineke. Ik hou wel van high-key belichtingen, er bestaat veel discussie over high-key. Wat is nu een high-key?
Op wikipedia kun je lezen dat het een techniek is die onstond in de film, elders kun je lezen dat het een photoshop bewerking is. Ik ben van mening dat je een high-key niet kan krijgen door een bewerking in photoshop. Laat me even vertellen hoe ik het geleerd ben.
Een high-key is om te beginnen een foto met overwegend lichte tinten, een high-key van een model in volledig zwarte kledij kan eigenlijk niet dus. Je hebt dus nodig:
- Een model gekleed in overwegend lichte tinten, het ideale model is een blond model met witte kledij.
- Een witte achtergrond
- 4 Flitsers met softboxen.
- Een camera…
De bedoeling is dat de belichting zodanig geregeld wordt dat het model bijna opgaat in de achtergrond, maar net niet. Je mag geen donkere schaduwen hebben, en je moet nog overal detail zien. Als je geen verschil ziet tussen de rand van de witte broek en de achtergrond, dan staat je flitslamp te sterk.
Hier kan de schermcalibratie ook een belangrijke rol spelen. Want deze belichting, net als een low-key belichting, zit helemaal op het randje. Als je scherm niet goed gecalibreerd is, kun je de foto bij het bewerken verknoeien.
De belichting is meestal juist als je volgende opstelling maakt:
- 2 softboxen komen vooraan te staan naar het model gericht.
- 2 softboxen belichten de witte achtergrond, we gebruiken softboxen om diffuus licht te creëren.
- Je camera mag nog juist tussen de voorste softboxen passen. De softboxen zijn best zo groot mogelijk, om zo weinig mogelijk schaduwen te creëren en een gelijkmatige belichting te verkrijgen.
- Het licht stel je in als volgt: het licht op het model stel je in op diafragma 11, de achtergrond op diafragma 16, je camera stel je in op diafragma 8. We gaan dus overbelichten. Dit is een goed vertrekpunt. Naarmate je de softboxen dichter of verder zet zal je het licht lichtjes moeten bijregelen. Onthoud dat je geen schaduwen mag krijgen, en dat je nog overal detail moet zien. Weet ook dat hoe dichter je een softbox plaatst, hoe zachter (minder schaduwen) het licht is.
- Over het meten van het licht bestaan ook allerlei manieren. Zoals hier beschreven wordt de lichtmeter richting de bron van het licht gehouden, op die manier weet je van elk licht hoe sterk het staat.
- Vergeet ook niet een beetje overal op je model te meten en niet alleen op het gezicht.
- Om het licht op de achtergrond niet te overbelichten door de hulp van de voorste softboxen, kun je de voorste softboxen afschermen met panelen.

En zo bekom je een beeld als dit:

















